3 februari 2022

Voedingsbehoefte van de sporthond

PET Monitor

Delen

Activiteiten en sporten met honden zijn steeds populairder aan het worden. Hondeneigenaren weten niet altijd of de honden die deelnemen aan sport een andere voedingsbehoefte hebben. Onderzoek toont aan dat dit niet altijd het geval is, met name bij degenen die de sport als hobby uitoefenen.

De voedingsbehoefte staat onder andere in verband met de soort sport die wordt uitgeoefend. 187 van de 344 hondeneigenaren geven in de enquête aan de sport uit te oefenen als hobby. 68 hondeneigenaren laten de hond vaker dan twee keer per week sporten. De hondeneigenaren die deelnemen aan hondensport geven voornamelijk brokvoeding (68%) of rauwe vleesvoeding (27%). Wat betekenen deze resultaten voor de voedingsbehoefte? Als een hond tweemaal per week recreatief een sport uitoefent, is het meestal niet direct noodzakelijk om de voeding aan te passen. Dit verschilt overigens per hond. Als de hond vaker sport en beweegt, kan voeding een belangrijke rol spelen bij de sportprestaties. Maar ook voor de recreatiesporters is het aan te raden om inzicht te hebben in de voedingsbehoefte.


Voeding en type sport

De samenstelling van een geschikte voeding is afhankelijk van het type sport dat een hond uitoefent. Voor alle sporthonden is het belangrijk dat ze een volledige en uitgebalanceerde voeding krijgen en dat de voeding afgestemd is op het type, de duur en de intensiteit van de activiteit. Op basis van de duur en de intensiteit kunnen de verschillende sporten in drie groepen worden verdeeld: sprint, intermediate en endurance.

Honden die sprinten zijn gedurende een korte periode (enkele minuten) actief. De intensiteit is daarbij hoog. Honden die aan endurance activiteiten deelnemen, zijn daarentegen gedurende vele uren actief, met een lage tot matige intensiteit. De meeste onderzoeken zijn gedaan bij sprint- en endurance activiteiten. In tegenstelling tot deze twee categorieën, is intermediate niet zo duidelijk te beschrijven. Veel sporten vallen in deze categorie. De honden zijn enkele minuten tot een paar uur actief, waarbij de intensiteit kan variëren van laag tot hoog, met enkele pieken van explosieve activiteit.


Energiebehoefte

De hoeveelheid energie die een hond nodig heeft, is naast de duur en de intensiteit ook afhankelijk van andere factoren zoals, de omgevingstemperatuur, de ondergrond waarop gelopen wordt, de helling en de lichaamsgrootte. Wanneer een hond een heuvel op moet rennen, wordt de energieproductie minder efficiënt. Ook het meedragen van gewicht, of een ongelijk terrein zoals sneeuw of zand, zorgt voor een hoger energieverbruik.


Sprint

Honden die een sprintactiviteit uitvoeren, zoals windhonden, hebben ongeveer tien procent extra energie nodig. Deze energie kan geleverd worden door koolhydraten, eiwitten of vetten. Uit de enquête bleek, opvallend genoeg, dat 9 van de 15 windhonden rauwe vleesvoeding (zelf samengesteld of kant-en-klaar-rauwvoer (kvv)) krijgen. Vlees bestaat voor een groot deel uit vocht, eiwit en vet. Een sprintactiviteit is bijna volledig afhankelijk van koolhydraten, die in mindere mate in rauw vleesvoeding aanwezig zijn. Uit onderzoek is gebleken dat ook een hoger eiwitgehalte soms zelfs een negatief resultaat geeft bij de sprintprestaties. Wel is eiwit belangrijk voor het spierherstel.


Intermediate

Tot ‘intermediate’ behoren verschillende soorten activiteiten. Honden die één of meerdere van deze activiteiten uitoefenen, hebben gemiddeld genomen een energiehoeveelheid nodig die tussen de benodigde energie van sprinters en endurance-atleten ligt. Voor de eiwitten, vetten en koolhydraten betekent dit een hogere behoefte aan vetten in vergelijking met sprinthonden. Voor intermediate-sporthonden zijn namelijk naast koolhydraten ook vetten een belangrijke energiebron. De eiwitbehoefte is afhankelijk van het type activiteit. Zo is het eiwitgehalte van intermediate-sporthonden bijvoorbeeld afhankelijk van de duur en de frequentie van de activiteit.


Endurance

Honden die endurance-activiteiten beoefenen, hebben meer calorieën nodig dan andere sporthonden. Om aan een grote energiebehoefte te kunnen voldoen hebben zij een voeding met een hoog vetgehalte nodig. Deze voeding heeft een positieve invloed op het uithoudingsvermogen. 
Voor de endurance-sporthond is ook het eiwitgehalte van belang. Endurance-sporthonden hebben een voeding met een hoog eiwitgehalte nodig van goede kwaliteit. Het hoge eiwitgehalte ondersteunt de spieren maar ook andere parameters zoals het aantal zuurstof transporterende rode bloedcellen. 

Er wordt ongeveer 30% van de totale energie uit eiwitten aangeraden. Dit komt overeen met 70-80 gram eiwit/1000 kcal. Deze honden hebben een lagere koolhydraatbehoefte.

Schrijver:  Willemijn Lootens, Prins Petfoods

  • Bronvermelding

    Chandler, M.L. (2015, 17 oktober). Nutrition for Sport and Working Dogs.   


    Cline, J., & Reynolds, A. (2005). Feeding the Canine Athlete. Purina Research Report, 9. Wakshlag, J., & Shmalberg, J. (2014, juli). Nutrition for working and service dogs. Veterinary Clinics of North America: Small Animal Practice, 44(4), 719-740.  


    Downey, R.L., Kronfeld, D.S., & Banta, C.A. (1980). Diet of Beagles affects stamina. Journal American Animal Hospital Association. 16, 273–277.  


    Hill, R.C. (1998, december). The nutritional requirements of exercising dogs. Journal of Nutrition, 128(12), 2686S-2690S. Sussex, UK., 60-84.  


    Kronfeld, D.S., Hammel, E.P., Ramberg, C.F., & Dunlap, H.L. (1977, maart). Hematological and metabolic responses to training in racing sled dogs fed diets containing medium, low, or zero carbohydrate. American Journal of Clinical Nutrition, 30(3), 419-430.  


    National Research Council (NRC). (2006). Nutrient requirements of dogs and cats. National Academies Press, Washington, DC, USA.  


    Shmalberg, J. (2014, november). Part 1: Canine Performance Nutrition. Today’s Veterinary Practice, 4, 72-76.  


    Toll, P.W., Gillette, R.L. & Hand, M.S. (2010, 1 januari). Chapter 17 Feeding working and sporting dogs. In: H and, M. S., Thatcher, C. D., Remillard, R. L., Roudebush, P., Novotny, B.J. (eds.) Small Animal Clinical Nutrition. Pp 320-538. Mark Morris Institute, Topeka.  


    Zink, M.C., van Dyke, J.B. & Wakshlag, J.J. (2016). The Role of Nutrition in Canine Performance and Rehabilitation, in Canine Sports Medicine and Rehabilitation, John Wiley & Sons, Inc., West