3 februari 2022
Populaire hondensporten

Sporten met de hond kan positieve effecten hebben op de mentale en fysieke gesteldheid van de eigenaar en de hond. Uit de enquête van Trendpanel Gezelschapsdieren bleek dat hondeneigenaren met het uitvoeren van hondenactiviteiten meer de welzijnsvoordelen voor de hond op het oog hebben dan voor henzelf. Een ander onderzoek toonde aan dat hondensporten risico’s, zoals blessures, met zich mee kunnen brengen. Welke hondensporten zijn in Nederland populair en in welke mate wordt er getraind en aan warming-ups gedaan met het dier?

Soorten hondensport
De Raad van Beheer erkent de volgende achttien activiteiten als hondensport: agility, canicross, Dog Dance, dog frisbee, Engelse obedience, FCI obedience, flyball, hoopers, jachttraining, Rally-O, reddingshondenwerk, kuddehondenwerk, sledehondensport, speuren, treibball, waterwerk, werkhond IGP en windhondenrennen. Volgens de respondenten die aan hondensport deelnemen (N=344) werd agility het meest uitgevoerd, gevolgd door werkhond IGP en speuren. De andere hondensporten zijn niet geanalyseerd vanwege een te lage repons.
Vormen hondensport
Uit de enquête bleek dat 54% van de respondenten de hondensport recreatief uitvoert, gevolgd door wedstrijdverband (37%) en praktijk (9%). Praktijk houdt in dat de hondensport functioneel wordt ingezet, zoals kuddehondenwerk bij het hoeden van vee en jachttraining bij het jagen op wild.
Agility (N=71) is een sport die zowel recreatief als in wedstrijdverband wordt uitgevoerd. Werkhond IGP (N=60) en speuren (N=30) worden daarnaast ook in praktijkvorm uitgevoerd. Bij speuren in praktijkvorm worden vermiste personen opgespoord door het volgen van sporen.
De scores bij de motieven voor het uitvoeren van de hondensport verschillen per vorm significant. Zo scoorden de mensen die de hondensport in wedstrijdverband uitvoeren, significant hoger bij de stelling “De hondensport is een deel van mijn leven” dan de mensen die de hondensport recreatief uitvoeren. Verder scoorden zij ook significant hoger bij de stellingen “Ik doe aan hondensport voor mijn eigen welzijnsvoordelen” en “Ik doe aan hondensport om anderen te laten zien hoe goed ik ben in de hondensport”.
De actieve hond
Bij de respondenten die aan hondensport deelnemen (N=344) scoorde de rasgroep herdershonden en veedrijvers het hoogst (152). Dit betreft onder andere de Hollandse Herder en de Border Collie. Op de tweede plaats staan de Retrievers, Spaniëls en Waterhonden met 56. Kruisingen staan met 22 op de derde plaats.
Verder bleek dat de meeste honden in de hondensport tot de leeftijdscategorie 1 tot en met 3 jaar of 4 tot en met 6 jaar behoren. 12 van de 344 honden waren jonger dan 1 jaar en 58 honden waren ouder dan 7 jaar.
De meeste sporthonden behoorden tot de gewichtsklasse 20 tot 30 kg (125); ongeveer 32 van de honden wogen minder dan 10 kg en 5 honden wogen meer dan 50 kg.
Regio
Aan de respondenten (N=344) is gevraagd waar ze in Nederland de hondensport uitvoeren. De grootste groep (35%) gaf aan dat ze aan de sport deelneemt in het oosten van het land, in de provincies Overijssel, Gelderland en Flevoland. Dit is hoger dan het percentage huishoudens met honden in de regio oost (23%). De regio waar de hondensporten het minst (7%) worden uitgevoerd, is Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Dit is lager dan het percentage huishoudens met honden in deze steden (12%).
Tijd besteed aan de hondensport
Hoe lang er per maand aan de sport wordt besteed verschilt significant per hondensport (F(2, 158) = 23.93, p < .001). De mensen die deelnemen aan werkhond IGP besteden per maand gemiddeld meer tijd aan de sport dan mensen die aan agility of speuren deelnemen.
Verder is er ook een significant verschil in de bestede tijd per maand aan de hondensport tussen het recreatief en in wedstrijdverband uitvoeren van de hondensport (F(1, 310) = 51.10, p < .001). De groep mensen die de hondensport recreatief beoefent, besteedt minder tijd per maand aan de sport: 35% van de recreatieve sporters besteedt 0 tot 5 uur per maand aan de hondensport, ten opzicht van 3% van de wedstrijdsporters. 14% van de recreatieve sporters besteedt 25 uur of meer per maand aan de sport, ten opzichte van 32% van de wedstrijdsporters.


Trainingen
Bij de training van honden is het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor opbouw en onderhoud van de sportconditie, een consequente en goede warming-up en cooling-down, voldoende rust en hersteltijden. Kynologenclubs, hondenscholen en rasverenigingen bieden trainingen en andere hulp aan voor de hondensport. Voor sommige hondensporten, zoals jachttraining, werkhond IGP en windhondrennen, zijn er gespecialiseerde verenigingen.
Uit een Fins onderzoek bleek dat er een verband is tussen het wedstrijdniveau en het meedoen aan wedstrijden en de trainingsfrequentie. De honden op de hogere niveaus deden aan meer wedstrijden mee, maar trainden minder vaak dan de honden op lagere niveaus.
Uit de enquête van Trendpanel Gezelschapsdieren bleek dat 40% van de respondenten die aan hondensport deelnemen (N=344) één keer per week met een trainer traint. 35% traint drie keer per week of vaker zonder trainer. Bij het recreatief uitvoeren van de hondensport bleek het deel mensen dat nooit met een trainer traint (19%) aanzienlijk groter te zijn dan het deel dat de hondensport in wedstrijdverband uitvoert (3%).
Bij verschillende hondensporten zijn er in de enquête ook verschillen in trainingsfrequenties te zien. De mensen die aan agility of werkhond IGP deelnemen, trainen significant vaker met een trainer dan de mensen die aan speuren deelnemen (F(2, 158) = 6.91, p = .001). Daarnaast trainen de mensen die aan werkhond IGP deelnemen, significant vaker zonder trainer dan de mensen die aan agility deelnemen (F(2, 158) = 8.67, p < .001).
Verder bleek er een significant verschil te zijn bij het aantal keer trainen met een trainer en de houding naar dieren (AAS) (F(6, 337) = 4.20, p < .001). De mensen die eenmaal per week trainen scoorden significant hoger (3,5) op de AAS dan de mensen die twee keer per week trainen (3,3) of drie keer per week of vaker (3,2). Een hogere score op de AAS betekent een positievere houding naar dieren.
Er zijn verder geen significante verschillen gevonden bij het wel of niet met trainer trainen en trainingsfrequentie op basis van socio-demografische kenmerken. De trainingen verschilden niet op basis van leeftijd, geslacht, woonomgeving, gezinssamenstelling of opleidingsniveau.

Warming-up
Een goede warming-up kan helpen blessures te voorkomen en is daarom erg belangrijk. Een ander voordeel van een warming-up is dat de eigenaar en hond ook mentaal voorbereid worden op een training of wedstrijd.
Van de 344 respondenten die aan hondensport deelnemen gaf 66% aan dat ze hun hond een warming-up laten doen voordat ze aan de hondensport beginnen. Slechts 21% van de eigenaren gaf aan zelf een warming-up te doen. Er is hierbij een significant verband gevonden tussen zelf een warming-up doen en de hond een warming-up laten doen (ϕ = .327, p = <.001): hoe vaker met de hond een warming-up wordt gedaan, hoe vaker men ook zelf een warming-up doet.
Van de mensen die hun hond een warming-up laten doen (N=226), gaf 42% aan dat ze dit doen door met hun hond te wandelen. 39% gaf aan dat ze rek- en strekoefeningen doen met de hond.
Uit de resultaten van de enquête bleek dat een warming-up voor de hond in de meeste gevallen 5 tot 10 minuten duurt (47%). Hierna volgt 1 tot 5 minuten (26%) en 10 tot 15 minuten (19%).
Met de Coleman Dog Attitude Scale (C-DAS) is gemeten wat de houding naar honden is van mensen die hun hond wel en niet een warming-up voor de activiteit laten doen. Er is hierbij een significant verschil gevonden (t(342) = 2.44, p = .015). De C-DAS-score van de mensen die hun hond een warming-up laten doen, was gemiddeld 4,3, terwijl dit voor de mensen die hun hond geen warming-up laten doen 4,1 was. Dit geeft aan dat de mensen die hun hond een warming-up laten doen voordat ze aan de hondensport beginnen, een positievere houding hebben naar honden dan de mensen die dat niet doen.

Wetenschappelijk onderzoek
Uit onderzoek (2017) bleek dat ruim een derde van de honden die
deelnemen aan agility, zowel recreatief als in wedstrijdverband, een
blessure oploopt tijdens het uitvoeren van de oefeningen.
Bij een Fins onderzoek (2022) is informatie verzameld over 864 honden die agility op wedstrijdniveau doen. Van deze honden kreeg in 2019 14% een blessure tijdens agility. De voorpoten waren hierbij het vaakst gewond (61%). Bij de meeste honden uitte zich dit als kreupelheid (65%). Over het algemeen herstelden de honden volledig binnen vier weken, maar 10% van de gewonde honden stopte met de sport vanwege de blessure.
De belangrijkste risicofactoren bij agility bleken:
• Het eerder gehad hebben van agility-gerelateerde blessures
• Op hogere leeftijd beginnen met agility
• Meer dan twee keer per week trainen
• Het hebben van Lumbrosacral Transitional Vertebra (LTV)
De belangrijkste beschermende factoren gevonden in het Finse onderzoek waren een matige wedstrijdfrequentie en honden voorzichtig over het dak-obstakel laten gaan.
Een ander onderzoek gaf aan dat het aantal blessures bij agility met 25% verlaagd kan worden door de volgende maatregelen toe te passen:
• Regelmaat houden in de trainingen en de conditie van de hond onderhouden
• Het uitvoeren van een warming-up en cooling-down en stretchen voor en na de inspanning
• Regelmatige controles bij de dierenarts laten uitvoeren.
Blessures bij agility
Agility is een hondensport waarbij de hond binnen een vastgestelde tijd een parcours foutloos moet afleggen over verschillende hindernissen en obstakels. Het is volgens de resultaten van de enquête de meest uitgevoerde hondensport in Nederland. Het is bekend dat agility een inspannende sport is voor de hond, waarbij er risico’s op blessures zijn. Deze aspecten geven aanleiding om specifiek op deze sport in te gaan.
Uit de enquête van Trendpanel Gezelschapsdieren bleek dat 34% van de respondenten die aan agility deelneemt (N=71), twee keer per week of vaker met een trainer agility traint. 31% van de respondenten gaf aan dat ze twee keer per week of vaker zonder trainer agility trainen. De honden waarmee agility wordt getraind zijn vaak 1 tot en met 3 jaar oud (41%) of 4 tot en met 6 jaar oud (51%). 5 van de 71 honden bleek 7 jaar of ouder te zijn en 1 hond was jonger dan 1 jaar.
Verder bleek dat 60 van de 71 mensen die aan agility deelnemen met de hond, het dier een warming-up laten doen. Van deze 60 laten 35 mensen hun hond rek- en strekoefeningen uitvoeren bij de warming-up. De geïnterviewde professionals geven aan dat de gezondheid en het welzijn van de
sporthonden hoger is dan van de gemiddelde huishond.
Interviews professionals
De hondensport kan bijdragen aan het dierenwelzijn. Hondensporten zijn er in vele vormen, zoals flyball, dogdance, agility en windhondenrennen. Het brede aanbod aan sporten voor honden biedt op zowel fysiek als mentaal gebied een goede uitlaatklep. Vooral voor het aantal dieren met overgewicht, waarvan het aantal stijgt tot ongeveer 50% van alle honden in Nederland, kan sporten bijdragen aan een beter fysiek welzijn.
Sporten helpt bij het uiten van natuurlijk gedrag. Er zijn nog 21 hondenrassen in Nederland die vroeger gebruikt werden als werkhonden, maar die in de huidige tijd hun energie niet kwijt kunnen. Het is voor windhonden in de stad niet mogelijk om met 50 kilometer per uur veilig door het park te rennen. De hondensport geeft honden de mogelijkheid om hun natuurlijke gedrag op een leuke en veilige manier te uiten.
Bij wedstrijden ervaart het overgrote deel van de honden gezonde stress. De Raad van Beheer en zijn Kynologen Clubs en de aangesloten verenigingen geven aan dat deze stress kortdurend en vaak een vorm van opwinding is. Professionals geven aan dat de honden hun talent willen laten zien. Om het dierenwelzijn op de wedstrijden te waarborgen, hebben de Raad van Beheer en de FCI reglementen opgesteld. Deze reglementen worden voortdurend geactualiseerd. Daarnaast zijn op de wedstrijden dierenartsen aanwezig of is de dichtstbijzijnde dierenarts snel telefonisch bereikbaar. Om te presteren op een wedstrijd moet de hond in topconditie zijn. Dit maakt dat de gezondheid en het welzijn van deze sporthonden beter is dan van de gemiddelde huishond.
Het is van belang dat het starten met een sport goed opgebouwd en begeleid wordt om blessures zoals spierpijn, verrekkingen of verstuikingen te voorkomen. Dit kan bij een vereniging waar opgeleide instructeurs werken.
De professionals verwachten dat er kritiek komt op het dierenwelzijn in de hondensport en dat meer mensen van mening zijn dat hondensport uitbuiting van honden is, zoals dit bij paardensport het geval is. De professionals vinden de kritiek en discussie waardevol, maar deze moet wel realistisch blijven. Door meer informatie te geven over de hondensport en transparant te zijn over de werking kan een juist beeld gegeven worden over het welzijn van de honden. Daarbij is er een tendens om te kijken vanuit de beleving van het dier. In dat opzicht draagt, volgens de professionals, de hondensport bij aan het welzijn van de honden.
Geïnterviewden: Laura Roest, dierenarts en beleidsmedewerker bij Raad van Beheer, Anne Plomp, medewerker ledenzaken bij Raad van Beheer, Merel van der Velde en Eef Opperman, deelnemers aan de hondensport, Linda Zegers, actief bij de agilityclub en anderen.
Bronvermelding
Canapp, D. & Zink, C. (2008, juli). Preventing injuries.
Inkilä, L., Hyytiäinen, H.K., Hielm-Björkman, A., Junnila, J., Bergh, A., & Boström, A. (2022, 17 januari). Part I of Finnish Agility Dog Survey: Training and Management of Competition-Level Agility Dogs.
Inkilä, L., Hyytiäinen, H. K., Hielm-Björkman, A., Junnila, J., Bergh, A., & Boström, A. (2022, 18 januari). Part II of Finnish Agility Dog Survey: Agility-Related Injuries and Risk Factors for Injury in Competition-Level Agility Dogs.
Payne, E., Bennett, P.C., & McGreevy, P.D. (2015, 24 februari). Current perspectives on attachment and bonding in the dog–human dyad.
Prins petfood. (2019). Sporten en bewegen met honden.
Raad van Beheer. (z.d.). Sporten met je hond.
Söhnel, K., Andrada, E., de Lussanet, M.H., Wagner, H., & Fischer, M.S. (2017, 15 september). Kinetics of jumping regarding agility dogs.
