4 februari 2023

De mens-dierrelatie in Nederland

PET Monitor

Delen

Tijdens de domesticatie hebben zowel honden als katten een lang proces van genetische selectie doorgemaakt om uiteindelijk het gezelschapsdier te kunnen worden zoals wij dat nu kennen. Vroeger werden honden ingezet voor de jacht, als bewaking en zelfs als transportmiddel. Katten hielpen door te jagen op bijvoorbeeld muizen. Tegenwoordig worden honden en katten voornamelijk gehouden voor gezelschapsdoeleinden. Daarnaast is in de loop van de jaren de houding van de mens tegenover huisdieren veranderd.

Onderzoek naar de mens-dierrelatie

Dieren beginnen in het dagelijks leven een steeds grotere rol te krijgen. Zo is in de jaren negentig het wetenschapsgebied antrozoölogie ontstaan, wat letterlijk ‘de leer tussen mens en dier’ betekent. In dit onderzoeksdomein ziet men de mens en het dier als onderdeel van een co-evolutionair systeem, waarin ze zich gemeenschappelijk en in verhouding tot elkaar ontwikkelen. De omgang met dieren zorgt ervoor dat relaties worden opgebouwd. Er zijn meerdere instituten die onderzoeken uitvoeren op het gebied van de mens-dierrelatie, onder andere het Human Animal Bond Research Institute (HABRI). In samenwerking met Zoetis heeft HABRI in verschillende landen een enquête onder huisdiereigenaren (N=16.140) uitgezet met als doel inzicht krijgen in hoe de eigenaar de band met het huisdier ervaart. Omdat de Nederlandse huisdiereigenaar hierin niet is meegenomen, heeft Trendpanel Gezelschapsdieren een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. Er is niet alleen gekeken naar de band tussen mens en dier, maar ook naar de uitgavenpatronen van de Nederlandse huisdiereigenaar. Verderop in de Pet Monitor wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed.

De relatie is complex

Volgens psycholoog Herzog is de mens-dierrelatie zeer complex, aangezien de houding van mensen tegenover dieren zeer verschillend is. Van sommige dieren wordt gehouden, terwijl andere dieren worden gehaat, gevreesd of opgegeten. Meerdere factoren hebben namelijk invloed op hoe men omgaat met dieren zoals wet- en regelgeving, geloof, cultuur, opleidingsniveau en het besteedbaar inkomen. Daarnaast is de persoonlijke gesteldheid een belangrijke factor, die te vergelijken is met de piramide van Maslow. Deze behoeftepiramide is een visuele weergave over wat mensen motiveert en wat hun drijfveer is. Wanneer er bijvoorbeeld een tekortkoming is in een basisbehoefte, zal er eerst worden gekozen voor het eigen welzijn en pas daarna zal er meer aandacht zijn voor het dierenwelzijn. Verder is het besteedbaar inkomen een belangrijke factor voor de omgang met dieren. Mensen in armoede hebben niet veel te besteden en zijn niet in staat de nodige zorg voor het (huis)dier te bekostigen. Ondanks het feit dat weinig geld een belemmering kan zijn om de nodige zorg te kunnen bekostigen, kan de band met het dier alsnog als zeer sterk worden ervaren. Er zijn zelfs situaties waarbij men liever zelf “een boterham minder eet”, zolang de nodige kosten voor het dier maar kunnen worden betaald.



Gedachten over het huisdier

In de enquête is een vraag opgenomen over hoe de respondenten hun huisdier omschrijven: als gewoon een huisdier, gezelschap, een vriend/maatje, gezinslid of als een kind. Deze vijf omschrijvingen geven een sterke indicatie over hoe de relatie met het dier is. ‘Gewoon een huisdier’ impliceert een minder sterke band met het dier. Deze eigenaren kijken pragmatisch naar het dier dat voornamelijk een functionele rol vervult als bewaker of jager. ‘Gezelschap’ houdt in dat huisdieren het vermogen hebben om empathie te tonen en emotionele steun te bieden aan hun eigenaren. Het dier kan helpen bij stress, eenzaamheid en angstgevoelens. Een huisdier als ‘vriend’ houdt in dat het dier als trouwe metgezel wordt gezien. Eigenaren genieten van de interactie met hun huisdier: ze spelen samen, gaan wandelen of doen andere activiteiten die de band versterken. Als een eigenaar ‘gezinslid’ heeft ingevuld dan wordt het huisdier beschouwd als een volwaardig lid van het gezin met vergelijkbare rechten op liefde, zorg en aandacht als andere menselijke familieleden. Deze eigenaren ervaren vaak een diepe en onvoorwaardelijke liefde voor hun dier. Ze voelen zich emotioneel verbonden en hechten veel waarde aan de aanwezigheid en genegenheid van hun huisdier. De emotionele band tussen eigenaren en hun huisdieren kan vergelijkbaar zijn met die tussen ouders en kinderen. Wanneer de antwoordoptie ‘als een kind’ is ingevuld dan hebben eigenaren een zeer intense en emotionele band met hun huisdier. Ze voelen een diepe mate van genegenheid en verantwoordelijkheid voor het welzijn van het dier, vergelijkbaar met hoe ouders omgaan met hun kinderen. Het beschouwen van een huisdier als een kind komt voort uit een diepe emotionele band en de behoefte om voor een afhankelijk wezen te zorgen. Voor eigenaren zonder kinderen kan het verzorgen van een huisdier vergelijkbare gevoelens van ouderlijke liefde en verantwoordelijkheid opwekken als bij mensen met kinderen. 

Uit de resultaten van Trendpanel Gezelschapsdieren (N=1.108) blijkt dat de Nederlandse huisdieren het meest worden gezien als een gezinslid (44%); daarna als vriend/maatje (32,9%). Honderd respondenten (9%) geven aan dat ze hun huisdier beschouwen als een kind. Deze uitkomsten verschillen van de resultaten van het HABRI-onderzoek. De resultaten van dat onderzoek laten zien dat de meeste eigenaren hun huisdier beschouwen als gezinslid (46%), als een kind (33%), 10% als gezelschap, 8% als vriend/maatje en 3% als gewoon een huisdier.


Het huisdier als plaatsvervanging van een kind

Opvallend is dat Nederlandse eigenaren hun huisdier minder vaak omschrijven als een kind dan eigenaren uit de andere landen. Het verschil hierin is echter niet direct te verklaren. Opmerkelijk in het onderzoek van Trendpanel Gezelschapsdieren is dat alleenstaanden of koppels zonder kind(eren) hun huisdier significant vaker omschrijven als een kind. We leven in een snel veranderende maatschappij met lage vruchtbaarheidscijfers en tegenwoordig heeft niet iedereen een kinderwens. Van nature zijn mensen ‘coöperative breeders’, dat wil zeggen dat we ook voor andere kinderen willen zorgen die niet van onszelf zijn. Dit heeft evolutionaire voordelen: kinderen hebben een grotere overlevingskans, waardoor ze op den duur zelf hun genen kunnen doorgeven. Volgens antropoloog Shelly Volsche is ‘pet parenting’ te verklaren door de behoefte die mensen hebben om voor iets of iemand te willen zorgen. Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat katteneigenaren zichzelf ‘kattenmoeder’ noemen.


Mens-dierrelatie in Nederland

Om meer inzicht te krijgen in de band tussen mens en dier heeft Trendpanel Gezelschapsdieren aan de respondenten gevraagd antwoord te geven op 16 stellingen (zie figuur volgende pagina). De antwoorden op deze stellingen laten zien welke gevoelens eigenaren hebben en welk gedrag ze laten zien tegenover hun huisdier(en). Voorbeelden van stellingen zijn of een huisdier op bed mag komen en in hoeverre eigenaren bereid zijn om een lening af te sluiten voor hun dier. Elke stelling heeft een schaalverdeling van 1 (= zeer oneens) tot 5 (= zeer eens). Op basis van de uitkomsten zijn er drie categorieën opgesteld om de sterkte van de relatie tussen mens en dier te kunnen bepalen: ondergemiddeld (score van 1 tot 2,3), gemiddeld (score van 2,4 tot 3,6) en bovengemiddeld (score van 3,7 tot 5). Uit alle antwoorden op de stellingen scoort de Nederlandse huisdiereigenaar gemiddeld een 3,8 wat tot de categorie bovengemiddeld behoort.
Vervolgens zijn de gedachten over het huisdier en de sterkte van de mens-dierrelatie vergeleken. Het verband hiertussen blijkt significant. In de figuur is te zien dat bij een bovengemiddelde relatie het huisdier vaker wordt omschreven als een kind (13%) en als gezinslid (52%). Wanneer de mens-dierrelatie ondergemiddeld is, beschrijft geen enkele respondent het huisdier als een kind. Deze categorie omschrijft het huisdier juist het meest als gewoon een huisdier (30%) en als gezelschap (31%).

HABRI en de mens-dierrelatie

De stellingen die Trendpanel Gezel schapsdieren heeft opgesteld, zijn gebaseerd op een onderzoek van HABRI en zijn gebruikt om de sterkte van de mens-dierrelatie te kunnen bepalen. Tijdens het HABRI-onder zoek is de mens-dierrelatie gecate goriseerd op hoog, middelhoog en laag. Aangezien de statistische me thode van HABRI onbekend is, kan Trendpanel Gezelschapsdieren niet op dezelfde manier categoriseren. Daarom is tijdens dit onderzoek gekeken naar een onder- of boven gemiddelde mens-dierrelatie.

  • Bronvermelding

    Enders-Slegers, M. J. (2013). Antrozoölogie: (over)leven met dieren. Open Universiteit.


    HABRI. (z.d.). HABRI.


    HABRI. (z.d.). International Survey of Pet Owners & Veterinarians.


    Ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. (2022, 14 oktober). Dierwaardige veehouderij in China.


    Raad voor Dieraangelegenheden. (2023, 6 april). Staat van het Dier.


    Te Riele, S. & Loozen, S. (2017). Vruchtbaarheid aan het 

    begin van de 21e eeuw. Centraal Bureau voor de Statistiek. 


    Verhofstadt, D. (z.d.). We aaien ze, we haten ze, we eten ze. Liberales. 


    Visser, K. (2021). In goed gezelschap.


    Volsche, S. (2023, 9 mei). Waarom we honden en katten als onze kinderen zien. EOS wetenschap.