16 december 2018
De contouren van het huisdierlandschap

Hoe ziet het huisdierlandschap van met name honden en katten in Nederland in 2017 eruit en welke trends zijn zichtbaar? Sinds 2002 doet SAMR in opdracht van de Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren (NVG) een jaarlijks onderzoek onder ruim 7.500 huishoudens naar de honden- en kattenpopulatie in Nederland. Sinds de aansluiting van Dibevo bij dit onderzoek in 2015 worden ook andere huisdieren meegenomen, zoals konijnen, hamsters, cavia’s, paarden, vissen, vogels en reptielen. De onderstaande beschrijvingen en infographics zijn op dit onderzoek van 2017 gebaseerd.
Meer dan 4 miljoen huishoudens hebben één of meer huisdieren. Nederland telt 1,5 miljoen honden en 2,6 miljoen katten. De meeste huishoudens hebben een kat (23,9%) of een hond (18,9%), direct gevolgd door de aquariumvissen. Daarnaast zijn er miljoenen vissen en vogels, maar ook de konijnen en knaagdieren zijn goed vertegenwoordigd met respectievelijk ruim 800.000 konijnen en een kleine 800.000 hamsters, cavia’s, muizen en ratten.
Katten populair in het noorden
De meerderheid van de honden ‘woont’ buiten de randstad, daar heeft bijna een kwart van de huishoudens een hond. In de drie grote steden en de rest van West-Nederland heeft respectievelijk 11,5% en 16,4% van de huishoudens een hond. Bij de katten is, zoals verwacht, een ander plaatje te zien. 21,3% van de huishoudens in de drie grote steden heeft één of meer katten. In de rest van West-Nederland is dat 26,6%. Het hoogste percentage huishoudens met een kat is te vinden in de drie noordelijke provincies, maar liefst 32,6%.


Huisdieren en vakantie
Een derde van de hondenbezitters neemt zijn hond mee op vakantie. 43% doet dat juist niet en laat de verzorging van zijn viervoeter over aan een dieren-
pension (10%) of buren, vrienden of kennissen (33%). Katten worden zelden mee op reis genomen (1%), maar veruit het meest verzorgd in eigen omgeving door buren, vrienden of kennissen (66%).
Opvallend is dat mensen liever hun siervogel of knaagdier mee op vakantie nemen (4%) dan hun kat. Dan is er nog een groep die (bijna) nooit op vakantie gaat. Bij honden en katten schommelt dat rond de 18%. Duivenbezitters blijven het liefste thuis: 42% van hen gaat nooit op vakantie.
Geen huisdier
47% van de respondenten geeft aan helemaal geen huisdieren te hebben. Dat komt vooral door tijdgebrek en het teveel van huis zijn (34%) of het overlijden van een huisdier (18%).
15% noemt de verzorging als belemmering om een huisdier te nemen, gevolgd door redenen als allergie, hygiëne en de hoge kosten (10%). Huisdiereigenaren besteden gemiddeld 30 euro per maand aan hun huisdier.
Trends
- Het aantal honden bleef de afgelopen jaren redelijk stabiel. Het aantal katten laat een lichte daling van 4% ten opzichte van 2012 zien.
- De honden en katten vergrijzen. Onder de honden is al ruim 40% ouder dan acht jaar. Bij katten is dat 46%.
- De meeste honden en katten worden gehouden in gezinnen met kinderen.
- Sinds 2011 stijgt het aantal raskruisingen bij honden. Het aantal rashonden met stamboom daalt en het aantal zonder stamboom blijft redelijk stabiel.
- Er worden meer raskruisingen (dus niet-rashonden) gehouden.
- Uit het onderzoek blijkt dat het aantal eigenaren dat één vogel, vis of konijn houdt, is gestegen naar respectievelijk 54%, 20% en 63%.
Vooral dat laatste vindt Dibevo een aandachtspunt, omdat konijnen echt groepsdieren zijn die niet graag alleen leven. Om die trend te keren werkt Dibevo samen met de Landelijke Dierenbescherming aan een project, met als doel dat de consument goede keuzes maakt bij het aanschaffen van een konijn.
Oudere dieren hebben andere voedingsbehoeften. Daarom heeft de Europese branchevereniging FEDIAF een expertpaper opgesteld, met een uitgebreide collectie recente wetenschappelijke gegevens en praktische adviezen over het voeden van een oudere hond.
Opvallend is wel dat onze trouwe viervoeters steeds kleiner worden: inmiddels is bijna 40% van de Nederlandse honden lichter dan tien kilo. Zo zie je bijvoorbeeld vaker jack russels, chihuahua’s en maltezers. Dit percentage was vijf jaar geleden nog iets meer dan 30%. Een verklaring voor die stijgende lijn biedt het onderzoek niet. De NVG gaat ervan uit dat dit komt door de verstedelijking: mensen die in de stad wonen kiezen uit praktisch oogpunt vaker voor een kleinere hond dan een grote.

Bronvermelding
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2017). Huishoudens naar samenstelling. CBS.
Dibevo. (2017). Marktinformatie huisdierenbranche. Dibevo.
Euromonitor International. (2017). Pet care in Western Europe. Euromonitor.
Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren. (2017). Feiten & cijfers gezelschapsdieren. NVG.
Rabobank. (2017). De huisdierenbranche in Nederland. Rabobank.
